Deze medewerker werkt in ploegendienst.
Daarmee lijkt de belangrijkste risicofactor benoemd. Onregelmatig werk verstoort het slaapritme en kan herstel bemoeilijken.
Dus registreren we ploegendienst, bespreken we slaap en adviseren we medewerkers om goed op hun leefstijl te letten.
Maar twee medewerkers in ploegendienst kunnen een totaal ander werk- en herstelpatroon hebben.
Een Europese studie onderzocht 6.245 werknemers uit acht landen. In plaats van alleen te vragen of iemand in ploegendienst werkte, keken de onderzoekers naar de werkelijke begin- en eindtijden.
Daaruit kwamen vijf roosterpatronen naar voren: dagdiensten, avonddiensten, nachtdiensten, lange dagdiensten en lange avonddiensten.
Tussen nachtdiensten sliepen deelnemers gemiddeld ongeveer zes uur. Bijna drie op de tien beoordeelden hun slaap tussen nachtdiensten als slecht of zeer slecht.
Chronische slapeloosheid kwam vaker voor bij medewerkers met roterende diensten, bij mensen die vrijwel uitsluitend nachtdiensten werkten en bij werknemers die al zestien jaar of langer nachtwerk deden. Ook langere werkweken hingen samen met korter slapen.
De studie is gebaseerd op surveygegevens en steunt voor een belangrijk deel op zelfrapportage. Zij laat verbanden zien tussen kenmerken van het rooster en slaap, maar kan niet vaststellen dat die roosterkenmerken de slaapproblemen veroorzaken. Verzuim is in deze studie niet onderzocht.
Wel laat zij zien dat de categorie ploegendienst te weinig vertelt om de feitelijke herstelruimte te begrijpen.
Misschien is niet de ploegendienst het probleem, maar alles wat onder dat ene woord verdwijnt.
Hoeveel nachten werkt iemand achter elkaar? Hoe snel draait het rooster? Hoe lang zijn de diensten werkelijk? Hoeveel overuren komen erbij? Hoe voorspelbaar is het rooster? En hoeveel jaar probeert iemand daarvan te herstellen?
Een vinkje in het systeem maakt verschillende werkelijkheden gelijk.
Daardoor kan de aandacht gemakkelijk verschuiven naar de medewerker: die moet beter slapen, gezonder eten, meer bewegen of verstandiger omgaan met de vrije tijd.
Maar misschien wordt van die medewerker gevraagd om te herstellen binnen een rooster dat daar structureel te weinig ruimte voor laat.
Dan behandelen we herstel als een individuele vaardigheid, terwijl het mede een gevolg is van organisatiekeuzes.
De formele diensttijden vertellen niet altijd hoe het werk werkelijk verloopt.
Een nachtdienst van acht uur kan uitlopen. Een medewerker kan vroeg aanwezig moeten zijn voor overdracht. Een vrije dag kan vooral nodig zijn om het slaaptekort enigszins in te halen. Extra diensten door personeelstekorten kunnen een redelijk rooster langzaam onhoudbaar maken.
Ook de totale blootstelling blijft vaak buiten beeld.
De vraag is niet alleen hoe iemand deze maand werkt, maar hoelang dit patroon al bestaat. Een rooster dat een paar maanden haalbaar lijkt, kan na zestien jaar een andere uitwerking hebben.
En dan is er nog de sociale werkelijkheid. Kan iemand een nachtdienst weigeren? Is ruilen daadwerkelijk mogelijk? Wordt vermoeidheid serieus genomen of hoort die er nu eenmaal bij? Krijgt iemand invloed op het rooster, of alleen advies over herstel?
Wie alleen ploegendienst registreert, ziet de context niet waarin vermoeidheid ontstaat en blijft voortbestaan.
Niet alleen: werkt deze medewerker onregelmatig?
Maar:
Hoeveel herstel laat dit specifieke rooster, in deze bezetting en na al deze jaren, werkelijk toe?
Dat is geen vraag die de medewerker alleen kan beantwoorden. Daarvoor moeten planning, leidinggevende, HR en medewerker ieder vanuit hun eigen positie naar hetzelfde patroon kijken.
Kies één medewerker met slaapproblemen, aanhoudende vermoeidheid of herhaald kort verzuim.
Vraag niet als eerste wat diegene buiten het werk doet om te herstellen. Reconstrueer eerst de laatste vier weken:
Leg daarna het officiële rooster naast de feitelijke week.
Misschien ontbreekt het deze medewerker niet aan herstelgedrag.
Misschien ontbreekt het rooster aan herstelruimte.
Nieuw onderzoek. Een ongemakkelijke observatie. Een vraag die je blik op verzuim verandert.
Bron Santonja I et al. Shift work schedule patterns and sleep outcomes: results from the SHIFT2HEALTH survey across eight European countries. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health. Online gepubliceerd 23 september 2026. DOI: 10.5271/sjweh.4329.
De studie is gebaseerd op surveygegevens van 6.245 werknemers uit acht Europese landen. De gegevens over onder meer werktijden en slaap zijn door deelnemers zelf gerapporteerd. De gevonden verbanden tonen geen oorzakelijk effect. Verzuim was geen uitkomstmaat in deze studie.
Kom je er niet uit? Dan kijken we graag met je mee.
