Eerder zien wat *aandacht* vraagt.
Vanuit verzuim kunnen vraagstukken zichtbaar worden die raken aan leiderschap.
Vroegsignalering, gesprekken, grenzen, verwachtingen, eigenaarschap, teamdruk of de manier waarop een leidinggevende zelf invloed heeft op patronen.
Niet harder sturen. Wel eerder zien wat aandacht vraagt en weten wat je kunt doen.

Eerst kijken. *Dan het gesprek*. Dan handelen.
Niet vertellen hoe het moet.
Kijken.
Spiegelen.
Bewustwording.
Oefenen.
Handelingsvermogen vergroten.

De casuïstiek staat *centraal*.
We oefenen met situaties die leidinggevenden herkennen uit hun eigen werk.
Wat zie je?
Wat bespreek je?
Wat vraagt dit van jouw leiderschap?
Wat is jouw verantwoordelijkheid, en wat niet?

Dezelfde situatie. Andere medewerker. Ander *leiderschap.*
De ene medewerker heeft ruimte nodig. De ander juist duidelijke kaders.
Daarom oefenen leidinggevenden met verschillende persona’s en praktijksituaties.
Wat zie je?
Wat vraagt deze medewerker?
Wat vraagt de situatie?
Wat vraagt dat van jouw leiderschap?

We zetten de expertise in die bij het *vraagstuk* past.
Van bedrijfsarts en casemanager tot communicatiespecialist.
Juist het samenspel is belangrijk: wie gaat waarover, wanneer heb je de ander nodig en hoe vertaal je bijvoorbeeld een advies van de bedrijfsarts naar de praktijk van het werk?


